Categorie
Economie
11 artikelen

Twee eerlijke mensen die niet tot een deal komen
Een kantine, een groenteteler, een deal die mogelijk was — en geen deal. Een theorema uit 1983 zegt wat geen enkele traceerbaarheid ooit zal oplossen.

Niemand bedriegt, en dát is nu juist het probleem
John Nash, het gevangenendilemma en de hertenjacht: waarom een hele voedselketen zich op de prijs coördineert zonder dat één van de spelers zich misdraagt.

Waarom de boomgaard niet wordt aangeplant
Oliver Williamson: specifiek actief, fundamentele transformatie, hold-up. De echte kosten van ondoorzichtigheid zitten niet in de geschillen — ze zitten in de boomgaarden die er niet zijn.

Wat de prijs niet zegt
Hayek (1945): de prijs laat kennis circuleren die niemand in zijn geheel bezit. Maar hij zegt niets over kwaliteit of route: er ontbreekt niets aan de prijs, er ontbreekt een prijs.

Niemand zal het etiket lezen
Herbert Simon, beperkte rationaliteit: vier seconden voor dertig producten. Het label is een rationele kortere weg — mits je hem kunt decomprimeren.

De dag ervoor ging alles nog prima
Talebs kalkoen, de optimalisatie die haar ruil verbergt, de luchtvaart die leert: waarom een ondoorzichtige keten stilletjes breekt, en dan ineens.

De markt van de citroenen: wat Akerlof zegt over traceerbaarheid
De “market for lemons”-theorie van George Akerlof (Nobelprijs 1970) verklaart waarom, zonder bewijs, de onzichtbare kwaliteit van een product uiteindelijk tegen de gemiddelde prijs wordt betaald — en hoe traceerbaarheid daarop antwoordt.

Waarom labels niemand meer overtuigen
Michael Spence (Nobelprijs 2001), het kostbare signaal, en wat een bewijs onderscheidt van een belofte: waarom een label dat iedereen kan opplakken niets meer signaleert — en hoe het bewijs het spel verandert.

Wie selecteert, wanneer niemand bewijst?
Joseph Stiglitz (Nobelprijs 2001), screening, en waarom voedselsoevereiniteit begint bij verificatie: wanneer de verkoper niet signaleert, is het de koper die de selectie organiseert.

Waarom ondoorzichtigheid loont
Ronald Coase (Nobelprijs 1991), de transactiekosten, en wat er met voedselketens gebeurt wanneer verifiëren niets meer kost: de rente van de ondoorzichtigheid en haar aangekondigde einde.

Aan wie behoort het bewijs?
Elinor Ostrom (Nobelprijs 2009), de governance van de meent, en de vraag die de landbouwdataplatformen heeft gedood: een bewijs dat waarde ontleent aan zijn massa kan alleen toebehoren aan wie het maakt.